Stel je voor: je moeder is net uit het ziekenhuis en kan even niet goed traplopen. Jij bent de mantelzorger en probeert alles te regelen. De vraag die direct opkomt: hoe kom je snel en vooral gratis aan de juiste hulpmiddelen?
▶Inhoudsopgave
Veel mensen denken dat een loophulpmiddel of een douchestoel direct geld kost.
Dat is lang niet altijd zo. Via de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) van je gemeente kun je vaak hulpmiddelen krijgen zonder dat je er zelf voor hoeft te betalen.
Dit heet een 'bruikleen'. Je betaalt geen eigen bijdrage. In dit artikel lees je precies welke hulpmiddelen dit zijn en hoe je ze regelt.
Wat betekent 'gratis' via de WMO?
Als we praten over gratis hulpmiddelen via de gemeente, hebben we het meestal over de bruikleenregeling.
Dit is een belangrijk verschil met de zorgverzekering. De zorgverzekering vergoedt soms een hulpmiddel, maar je betaalt vaak eerst een eigen risico van €385 en soms een eigen bijdrage. Bij de WMO werkt het anders. De gemeente stelt het hulpmiddel ter beschikking. Jij 'leent' het.
Het is en blijft eigendom van de gemeente. Omdat het een bruikleen is, hoef je in de meeste gevallen geen eigen bijdrage te betalen.
Dit is specifiek geregeld in de WMO voor mensen die langdurig zorg nodig hebben.
Waarom is deze regeling zo belangrijk? Simpelweg omdat de kosten voor bijvoorbeeld een elektrische scootmobiel of een hoog-laagbed anders te hoog oplopen. Een scootmobiel kost al snel €2.500 tot €4.000.
Een nieuw hoog-laagbed zit ook al gauw rond de €3.000. Als je dit zelf moet betalen, is dat onmogelijk voor veel mensen.
De WMO zorgt ervoor dat je veilig thuis kunt blijven wonen, zonder direct in de financiële problemen te komen. De gemeente draagt de kosten voor aanschaf en onderhoud. Jij zorgt goed voor het spul, en na gebruik gaat het terug naar de gemeente om iemand anders te helpen.
Welke hulpmiddelen zijn volledig gratis?
Niet elk hulpmiddel valt onder de volledige bruikleen. De meeste 'kale' hulpmiddelen die je dagelijks gebruikt, zijn gratis.
- Looprekken: Een standaard looprek van aluminium of staal. Deze zijn er in verschillende maten.
- Rollators: De bekende driewiel- of vierwielrollators. De gemeente leent vaak een basismodel uit, bijvoorbeeld de Trustcare Let's Go of een vergelijkbare rolator.
- Wandelstokken: Individuele of in paren. Meestal verstelbare modellen van aluminium.
- Opstapjes: Kleine drempelhulpen van aluminium of rubber om een drempel van 2-3 cm te overbruggen.
Dit zijn vaak de dingen die je direct nodig hebt om te bewegen of om veilig te douchen. Denk aan loophulpmiddelen. Ik heb het dan over:
- Douchestoelen en douchekrukjes: Van simpele kunststof krukjes tot stabiele douchestoelen met rugleuning.
- Badrandverhogers: Een kunststof opstapje om makkelijker in bad te stappen.
- Toiletverhogers: Een kunststof brilverhoging die je vastklikt op de toiletpot. Soms met armleuningen erbij.
- Grijpers: Een grijpertje van bijvoorbeeld 60 of 80 cm lang om sokken op te rapen.
Ook voor persoonlijke verzorging en veiligheid in de badkamer is er vaak een regeling. Deze hulpmiddelen helpen bij het wassen en aankleden. Ze vallen vaak onder de gratis verstrekking: Specifieke hulpmiddelen voor in huis vallen ook vaak onder deze regeling. Vooral als ze helpen bij de veiligheid van de woning:
- Beugels: Toiletbeugels of badbeugels die je vastklikt of vast schroeft. Let op: soms moet je hiervoor toestemming hebben van de verhuurder als je huurt.
- Antislipmatjes: Voor in de douche of badkuip.
- Hoofdkussens en speciale matrassen: Als je door medische redenen een specifiek kussen nodig hebt (bijv. een nekkussen of kussen tegen doorliggen), kan dit via de WMO geregeld worden.
Wat kost het wél? Eigen bijdrage en duurdere modellen
Hoewel veel basisartikelen gratis zijn, zijn er uitzonderingen. Vooral als je kiest voor extra's die niet strikt noodzakelijk zijn, betaal je zelf bij.
Dit is een valkuil waar veel mensen intrappen. De gemeente vergoedt het 'maatwerk'. Standaardmodellen zijn gratis.
Wil je iets extra's? Dan betaal je. Een goed voorbeeld is de scootmobiel. De gemeente vergoedt een basis driewiel scootmobiel of een stabiele vierwiel scootmobiel.
Standaardmodellen hebben een actieradius van 20-25 km en een maximumsnelheid van 15 km/u. Als je kiest voor een luxe stoel, een andere kleur, of een grotere accu (actieradius van 40 km of meer), dan moet je het verschil zelf betalen. Dit kan zomaar €500 tot €1.500 extra kosten. De aanschafwaarde van zo'n scootmobiel zit rond de €3.000.
Hetzelfde geldt voor elektrische rolstoelen en hoog-laagbedden. Een standaard hoog-laagbed (elektrisch) wordt vaak volledig vergoed via de WMO.
Dit bed is essentieel voor de verzorger om de persoon te wassen en verzorgen. De basisuitvoering heeft een harde matras en een simpel bedframe.
Wil je een comfortabeler matras (bijvoorbeeld een traagschuim matras) of een mooi houten bedframe dat eruitziet als normaal meubilair? Dan betaal je zelf de meerprijs. Een matrasupgrade kan zomaar €300 tot €600 kosten.
Er is overigens een belangrijke uitzondering: hulpmiddelen via de zorgverzekering. Sommige dingen, zoals een sta-op stoel of innovatieve zorgmiddelen, vallen soms onder de aanvullende verzekering.
Als je die hebt, betaal je eigen risico of een eigen bijdrage. De WMO is vaak voordeliger bij langdurig gebruik. De keuze hangt af van je situatie. Twijfel je?
Vraag altijd eerst bij de gemeente na of iets via de WMO kan. Dit is vaak de goedkoopste optie.
Stappenplan: Zo regel je het via de WMO
Hoe pak je dit nu concreet aan? Je hoeft geen expert te zijn om dit te regelen.
Het begint bij de gemeente. De meeste gemeentes hebben een speciale afdeling WMO of Maatschappelijke Ondersteuning.
- Melding doen: Bel de gemeente of vul het WMO-meldingsformulier in op de website. Je hoeft nog geen doktersverklaring te hebben. Je meldt dat er een hulpvraag is (bijv. "mijn vader kan niet meer traplopen").
- Keukentafelgesprek: De gemeente stuurt een consulent langs. Dit heet een 'keukentafelgesprek'. Jij, de mantelzorger, en de consulent praten over wat er nodig is. Wees duidelijk. Zeg niet alleen "hij is moe", maar vertel: "Hij kan 's nachts niet alleen naar het toilet en valt bijna."
- Advies en offerte: De consulent beslist of je recht hebt op een hulpmiddel. Als dat zo is, stuurt de gemeente een offerte of een leverancier. Je mag vaak zelf kiezen uit een lijst van leveranciers. Denk aan bedrijven als Medipoint, Welzorg of Van Raam.
- Plaatsing en instructie: De leverancier levert het hulpmiddel thuis. Ze leggen uit hoe het werkt. Bij een rollator is dat simpel, bij een scootmobiel of hoog-laagbed krijg je een uitgebreide instructie.
- Bijzondere situatie: Soms is het spoed. Dan mag je vaak eerst zelf een hulpmiddel kopen en declareren. Doe dit nooit zonder overleg met de WMO-consulent!
Je kunt ze bellen of online een formulier invullen. Let op: de consulent kijkt naar wat er nodig is om zelfredzaam te blijven. Ze kijken naar je totale situatie.
Soms is een hulpmiddel niet de oplossing, maar is er meer thuiszorg nodig. Dit heet een 'maatwerkvoorziening'. Alles wordt vastgelegd in een besluit. Daar staat in wat je krijgt en of het gratis is.
Praktische tips voor mantelzorgers
Als mantelzorger zit jij bovenop de zaak. Jij weet wat er speelt. Gebruik die kennis.
Ga voorbereid het gesprek met de WMO-consulent in. Schrijf van tevoren op wat er misgaat in huis. Bijvoorbeeld: "Mama kan de was niet meer ophangen zonder te struikelen" of "Papa kan niet meer zelfstandig douchen zonder hulp."
Een andere gouden tip: vraag altijd om een proefplaatsing. Vooral bij een scootmobiel of een elektrische rolstoel.
Het is een big deal. Je wilt niet dat er na drie dagen een ding in de schuur staat omdat het niet bevalt. Een proefplaatsing van een week is heel normaal.
Test het op straat, niet alleen in de showroom. Hou rekening met levertijden.
In drukke periodes (rond de feestdagen of na een griepepidemie) kan de wachttijd voor een scootmobiel of bed oplopen tot 6 tot 8 weken.
Vraag hier expliciet naar. Is het echt nodig voor morgen? Vraag dan naar de mogelijkheden voor hulpmiddelen lenen bij de gemeente via het 'crisisplein'. Ze hebben vaak een kleine voorraad staan voor noodgevallen.
Tot slot: wees kritisch op het onderhoud. Als je een hulpmiddel in bruikleen krijgt of zelf zoekt in een voordelige hulpmiddelen outlet, is de gemeente verantwoordelijk voor reparaties.
Maar jij moet het melden. Sla het nummer van de leverancier direct op in je telefoon. Gaat een band lek bij de rollator? Bel meteen.
Wachten maakt het alleen maar erger. Zo blijf je mobiel en veilig, zonder dat het je een cent kost.


